Hoge Raad in WO II werktuig van nazi-Duitsland

SPECIALE 5 MEI 2014 ORANGERIE LEZING

Doetinchem – In WO II bogen de raadsleden van de Hoge Raad volgens velen te diep voor de Duitsers. Na het ontslag van de Joodse president L.E. Visser bleven de overige raadsleden gewoon zitten , van verzet tegen de bezetter was geen sprake eerder van meegaandheid.

Corjo Jansen – Hoge Raad tijdens WO II

Op maandagavond 5 mei sprak hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk Recht Corjo Jansen over de positie van de Hoge Raad tijdens WO II. Tijdens de Orangerielezing van de Doetinchemse vrijmetselaarsloge Broedertrouw in de Orangerie van kasteel De Kelder ( Kelderlaan 11 te Doetinchem) zet hij uiteen hoe het zover heeft kunnen komen.

Wie had gehoopt dat het hoogste Nederlandse rechtscollege tijdens de oorlog voorop zou lopen in de strijd tegen het onrecht, kwam bedrogen uit. Vanaf het moment dat de Joodse president was ontslagen, liepen de raadsleden achter de feiten aan. Al tijdens de oorlog wezen critici erop dat de meegaandheid van de Hoge Raad het principiële verzet van advocaten en andere juristen fnuikte. Waarom hebben de raadsleden zich niet krachtiger teweer gesteld ? En hoe terecht was eigenlijk de kritiek op hun handelswijze ? Hoogleraar Corjo Jansen beschrijft in zijn boek ‘ De Hoge Raad en de Tweede Wereldoorlog` de gecompliceerde verhouding tussen recht en rechtsbeoefening in oorlogstijd.

De spreker is werkzaam als hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In 2007 promoveerde hij op een proefschrift, getiteld ` Rechters in oorlogstijd` . Voor zijn boek ontving hij onlangs een koninklijke onderscheiding.