Vriendschap , Broederschap

BOUWSTUK ‘ VRIENDSCHAP, BROEDERSCHAP: DEVALUERENDE BEGRIPPEN ?

Onderstaand een voorbeeld van een bouwstuk zoals gepresenteerd op de gastenavond 18 maart 2019. Een bouwstuk is bedoelt als een delen met mede broeders van een onderzoek wat je als vrijmetselaar doet naar een bepaald onderwerp. Die interesse en onderzoek verdiept je; wat je ontdekt en leert deel je op deze wijze met elkaar zodat een ieder iets meekrijgt. Veel leesplezier! Het woord is aan Peter:

Ik moet u eerlijk zeggen: toen ik dit filmpje zag, ontroerde het mij. Kinderen zijn heerlijk eerlijk en soms ook heel wijs in hun antwoorden op wat vriendschap voor hen betekent.

Ook ik heb vrienden en vriendinnen: op Facebook maar liefst 247.

Mijn zoon en dochter blijken  een veelvoud daarvan te hebben, BNN-presentator Tim Hofman heeft er duizenden.  Hij maakte een programma ‘ Mijn 5000 vrienden’ . Daarbij benaderde hij willekeurige Facebook-contacten alsof het echte vrienden waren: hij kwam langs op hun verjaardag, bood ze troost als ze verdriet hadden of vroeg ze om hulp toen hij ergens in een uithoek een lekke band kreeg. De verbaasde reacties van zijn Facebook vrienden lieten zien dat we het begrip ‘ vriend’ online gebruiken voor mensen die we buiten de virtuele werkelijkheid nooit als onze vrienden behandelen.  Hoewel iedereen zich ervan bewust is dat niet alle Facebook-vrienden ook daadwerkelijk vrienden zijn, gebruiken we hetzelfde woord voor deze contacten. Soms gebruiken we dit begrip tegenwoordig in nog veel ruimere zin: sommige ouders zien de relatie met hun kinderen als vriendschappelijk, ook docenten streven regelmatig naar een vriendschappelijke verhouding met hun studenten, hetzelfde geldt voor collega’s …. Let wel, ik spreek hierover geen oordeel uit maar het werpt wel de vraag op wat vriendschap voor ieder persoonlijk eigenlijk is.

De hedendaagse veelvrienderij levert namelijk een paradox

Het lijkt erop dat het begrip vriendschap aan inflatie onderhevig is, of in andere woorden ‘ gedevalueerd ‘ is . Maar is dat eigenlijk wel zo ? Toen ik erover nadacht, kwam ik tot de conclusie dat het wezenlijke van vriendschap waarschijnlijk door de jaren heen hetzelfde is gebleven, alleen het gebruik van de term heeft een ruimere betekenis gekregen.  Ik heb ‘ vriendschap’ een begrip genoemd.  Wikipedia stelt ‘ om een gegeven als een begrip te kunnen beschouwen, moet het op een of andere wijze duidelijk een eenduidig zijn beschreven’ .  Nadenken over ‘ vriendschap’  als begrip betekent dus dat we het uitsluitend kunnen hebben over de kern, over het wezenlijke van vriendschap, dat is immers , zo denk ik, onveranderlijk.  En hoe zit ’t dan met die vele ‘vrienden’ op Facebook ? De Griekse filosoof Aristoteles waarschuwt voor polyphilia : veelvrienderij. Want, zo zegt hij, hoe meer vrienden je hebt, hoe minder ze waard worden. Aristoteles gaat in eén van zijn boeken zelfs zo ver dat hij stelt : ‘ Wie vrienden heeft, heeft geen vriend.’ Ware vriendschap is, volgens hem, zo zeldzaam, dat je het maar met één iemand kunt beleven. Als dat zo is, dan lijkt het erop ‘ dat we vriendschap’ slechts exclusief beleven met onze geliefde ( ik ga er hierbij voor het gemak van uit dat dat er slechts één is). Op het gebied van vriendschap lijdt onze cultuur aan een ernstige vorm van veelvrienderij. Aristoteles zou daarom bij de moderne mens pleiten voor een grondig proces van ontvriending.  De hedendaagse veelvrienderij levert namelijk een paradox , een schijntegenstelling, op. Enerzijds is er sprake van betekenisinflatie, terwijl anderzijds in het dagelijks leven vriendschappen steeds essentiëler worden. In onze posttraditionele samenleving vormen verbanden als huwelijk, gezin, werkgever, kerk of woonplaats namelijk minder vastigheid en veiligheid dan voorheen. We werken niet meer ons hele leven voor dezelfde werkgever, blijven vaak niet in onze geboorteplaats wonen en het is maar afwachten of we bij onze eerste echtgenoot of echtgenote blijven. Juist in deze posttraditionele samenleving kunnen vriendschappen veiligheid bieden. Echte vrienden blíjven immers, wat er ook verandert.

Maar vrienden zijn er in verschillende soorten en maten. Juist in tijden van veelvrienderij is het verhelderend om je daarvan bewust te zijn. Aristoteles maakte ooit onderscheid tussen drie typen vrienden. Ten eerste zijn er vriendschappen die vooral gericht zijn op wederzijds nut, bijvoorbeeld die tussen collega’s of studiegenoten. Deze vriendschappen verwateren op het moment dat het nut verdwijnt , dus bij beëindiging van je baan of je studie. Met een collega werk je samen binnen een organisatie, dat is een relatie die institutioneel heel sterk is ingebed. Het tweede type zijn de vriendschappen gericht op het aangename, op het plezier bijvoorbeeld mensen met wie je sport of naar concerten gaat. Deze vriendschappen bloeden dood op het moment dat de gezamenlijke activiteiten ophouden. Deze twee soorten vrienden lenen zich het best voor , wat wel eens wordt genoemd, de blinde Cupido-visie: bijvoorbeeld een sportvriend of –vriendin vertellen wat je echt vindt van haar of zijn sportoutfit, dat strakke truitje, dat het  fysieke net iets te goed laat uitkomen… ja , dat leidt dan algauw tot allerlei pijnlijke situaties. De vraag naar het belang van volledige eerlijkheid gaat pas echt spelen bij de derde en hoogste vorm van vriendschap: die gericht is op het goede, volgens Aristoteles. Dit type vriendschap is gebaseerd op het genieten van elkaars karakter. Hij noemt dit de ware vriendschap, de andere vormen zijn voorbeelden van valse vriendschappen. Ook de filosoof Seneca gaat in deze redenering mee: hij spreekt echter niet over valse vriendschappen maar over onware vriendschappen. Tegenwoordig willen veel filosofen het vaak niet zo zwart-wit zien: zij spreken over ‘ ware vriendschap’ en vriendschap light’ . De laatste vorm is dan bedoeld voor onze relaties op Instagram en Facebook.

Maar volgens onze Griekse wijsgeer leent veelvrienderij zich het minst voor ‘ware vriendschap’ : van dit soort vrienden kun je maar weinig hebben.  Hij zegt ook: ‘ Het is de taak van een ware vriend om openhartig kritiek te leveren.’ Maar wat bedoelt Aristoteles nu eigenlijk met ‘ vriendschap die gericht is op het goede’ , tenslotte kom je daarmee bij de kern van wat vriendschap is.  Wat is nu echte vriendschap ?  We blijven nog even bij Aristoteles. Die zegt : ‘ Vriendschap is precies het midden tussen ‘ vijandschap’ en ‘ vleierij’ . Iemand die jou alleen maar complimenten geeft en enthousiast is over jou, is dus net zomin een vriend als degene die jij als je vijand beschouwt.  Vriendschap is dus eigenlijk meer dan alleen ‘eerlijk bekritiseren’ ; het houdt ook in dat je gemakkelijk over je eigen fouten en onzekerheden kunt spreken. In die zin komt het in de buurt van kwetsbaarheid. Vriendschap is dus eigenlijk ‘ elkaar eerlijk kunnen bekritiseren’ , ‘ eerlijk praten over eigen fouten en onzekerheden’ maar ook , zo stelt Aristoteles, iemand oprecht kunnen prijzen.  

Philodemus

Philodemus was een Italiaanse filosoof , Hij sluit aan bij wat Aristoteles zegt over vriendschap maar noemt het ‘ openhartig spreken’ .  Hij zegt: ‘ Je moet een open hart hebben naar elkaar. Ook al kun je redelijkerwijs laten zien dat er veel mooie kanten aan vriendschap zitten, er is niets zo groots als iemand hebben tegen wie je kunt zeggen wat er in je hart is en die luistert als je spreekt. Van nature verlangen we er sterk naar om aan een paar mensen te kunnen onthullen wat we denken. En wat is belangrijker dan vrienden die je een oprechte spiegel voorhouden. ‘  Philodemus schrijft over het openhartig leveren van kritiek op een wijze die leest als een handleiding voor het geven van feedback. Hij gaat niet alleen in op hoe je kritiek levert vanuit een machtsverhouding als leidinggevende maar ook over adviezen die nog steeds belangrijk zijn als het gaat om eerlijke gesprekken tussen vrienden. Zo stelt Philodemus dat je alleen openhartig kunt zijn over anderen als je dat ook over jezelf bent.  Boven elke vrijmetselaarstempel staat ‘ Ken u zelf’  en volgens mij komt dat heel dicht bij de ideeën van Philodemus. En eerlijk gezegd weet ik zelf heel goed hoe moeilijk het is om volgens deze ideeën te leven. Ook mij bekruipt vaak een vervelend gevoel als ik kritiek krijg, ook ik heb in eerste instantie de neiging in de verdediging of in de aanval te gaan terwijl al deze wijsgeren me zeggen: beschouw die kritiek als een geschenk: je kunt erdoor geestelijk groeien. Opbouwende kritiek van vrienden of collega’s is als een cadeautje, waarvan je zelf mag beslissen of je het uitpakt.

Binnen de vrijmetselarij wordt niet gediscussieerd maar gecompareerd. Een discussie levert immers winnaars en verliezers op en dat is niet de bedoeling. Compareren betekent ‘ gerichte vragen stellen ‘ ; hierdoor laat je de spreker in zijn waarde, je vraagt verduidelijking en geeft ‘m door goede vragen iets te denken mee. Ook Socrates hield mensen voor dat vragen meestal belangrijker zijn dan antwoorden. Het maakt dat iemand daadwerkelijk de kwetsbaarheid aan durft om in de loge zijn hart open te stellen.  De belofte ‘binnen de getande rand’ , de geheimhoudingsbelofte van elke vrijmetselaar,  betekent dat het persoonlijke verhaal niet buiten de loge als nieuwsfeit wordt rondgebazuind.  Je kwetsbaar kunnen tonen is een kostbaar iets.

Vriendschap is eigenlijk wildgroei.

Het woekert overal doorheen.

Is vriendschap wezenlijk anders dan de broederschap waarover de vrijmetselarij spreekt.  De archaïsche term ‘ broederschap heeft een waas van religiositeit over zich, een term ook die in de verte suggereert dat sprake is van familiebanden.  Nu ervaar ik inderdaad dat de banden binnen de loge sterk zijn,  historisch gezien begrijp ik hoe de term teruggrijpt naar het kloosterleven waarin de monniken inderdaad als een familie samenleefden.  Maar wezenlijk anders dan echte vriendschap is het eigenlijk niet.  Ook vrijmetselaars houden elkaar als vrienden een spiegel voor, stellen vragen die je over je eigen handelen en gedrag aan het denken zetten en stimuleren je om jezelf een spiegel voor te houden. De filosoof Seneca voegt nog een kenmerk aan ‘ ware vriendschap’ toe. Volgens Seneca maak je geen vrienden zodat je iemand hebt die bij je langskomt als je bijvoorbeeld ziek bent maar maak je vrienden om zelf iemand te hebben bij wie je kunt gaan zitten als die ziek is en jou nodig heeft. Bij Seneca staat de ander dus centraal. Eigenbelang en verwachtingen spelen geen rol in zijn redenering. Een vriendschap gesloten uit eigenbelang is kortstondig en zal eindigen zoals die begonnen is. ‘Wie een vriendschap begint omdat het hem gelegen komt, zal er ook een einde aan maken  omdat het hem gelegen komt. ‘ zo zegt Seneca. En daarmee zegt hij eigenlijk hetzelfde als Aristoteles.

Je kunt vriendschap, behalve filosofisch, natuurlijk ook meer psychologisch benaderen. Vriendschap is eigenlijk wildgroei. Het woekert overal doorheen. De meeste vrienden werken niet samen, wonen op heel verschillende locaties, en doen aan een of ander sport. Vriendschap staat los van instituties, dus moet men zelf maar uitzoeken wat de relatie wordt. Toch, zo hebben wetenschappers aangetoond, kies je je vrienden bepaald niet willekeurig. Er is een basale voorwaarde die uit alle onderzoeken naar voren komt: dat je op elkaar lijkt. Het gaat dan om puur sociaaldemografische kenmerken : opleiding, etniciteit, leeftijd, geslacht.  Mannen vormen vaak vriendengroepen met mannen met ongeveer dezelfde opleiding, ongeveer dezelfde leeftijd, hetzelfde geldt voor vrouwen. Iedereen zoekt blijkbaar zijn gelijken op. Je komt jezelf tegen in je vrienden. Vaak hebben die vrienden ook vergelijkbare opvattingen. En mijn inziens schuilt daar een groot dilemma in. Moeten mensen zichzelf niet afvragen of ze dat wel willen en of ze daar het meest bij gebaat zijn. Mensen die zogezegd in dezelfde bubble zitten, bevestigen elkaar alleen maar in hun eigen opvattingen. Heb je niet meer aan mensen die anders tegen de zaak aankijken ? Zou je je niet meer moeten afvragen : wil ik een nieuw inzicht of wil ik alleen bevestiging krijgen door naar mijn spiegelbeeld te kijken.

Erasmus

Echte vrienden lijken , zo op heet eerste gezicht, alles met elkaar te delen. Maar moet je dan alles met elkaar delen ?  Volgens Erasmus, onze eigen filosoof van de lage landen, zijn er goede redenen om te kiezen voor het achterhouden van je diepste gedachten voor je vrienden. Bovendien kun je zeggen dat er ook een schoonheid in schuilt wanneer je vrienden vanuit vertrouwen fouten laat maken. Aan de andere kant, als vrienden je niet aanspreken op twijfelachtige keuzes of acties, wie doet het dan wel ? Met goede vrienden heb je een kapitaal aan zelfkennis in handen. Juist in een cultuur waarin zelfbeschikking een bijna absolute status heeft gekregen en bijna niemand elkaar nog durft aan te spreken, zijn vrienden de aangewezen personen om je dit voorrecht te gunnen. Zoals Seneca ons voorhoudt: Ware vrienden zijn onmisbaar op het pad der wijsheid. Juist daarom moet je goed nadenken over wie je als vriend bestempelt.’

Ik kom bijna tot mijn eindconclusie maar ik realiseer me dat u de indruk zou kunnen krijgen dat ik fenomenen als Facebook en Instagram negatieve tendenzen vind in ons sociale verkeer. En dat is bepaald niet het geval. Mede door de opkomst van sociale media zitten we nu in een soortgelijke situatie als in de jaren zeventig, tachtig, toen gedacht werd dat verstedelijking slecht zou zijn voor je relaties. Onderzoek wees echter uit dat netwerken van stedelingen juist homogener waren dan van mensen in dorpen. Omdat het aanbod aan relaties in een stad groter is, kun je je netwerk zo samenstellen dat het perfect bij je past. En datzelfde zie je gebeuren met nieuwe media. De keuzemogelijkheid is veel groter.  We hebben Facebook-vriendschappen bestempeld als ‘vriendschap light’  maar dat betekent niet dat ze onbelangrijk zijn. De mogelijkheden zijn immers ongekend. Die ene persoon, die net als jij ook houdt van gregoriaanse koormuziek, kun je nu gewoon vinden. Dat is natuurlijk fantastisch. Sociale media hebben gezorgd voor een explosie aan vage vriendschappen die potentieel sterk kunnen worden. De nieuwe media zijn vooral een middel om contact te onderhouden en in dat opzicht vormen ze een verrijking van onze mogelijkheden.

Mijn eindconclusie kan , na deze beschouwing, niet anders zijn dan dat werkelijke vriendschap in het huidige tijdperk niet wezenlijk anders is dan vriendschap in vroeger tijden.  De inflatie van de term ‘ vriendschap’ wordt veroorzaakt door een breder gebruik : relaties van een andere orde worden ‘ vriendschappelijk’  genoemd maar geven een oppervlakkiger en afstandelijker iets aan. We kunnen het vriendschap light noemen, tenslotte hebben we gezien dat ook deze vriendschap potentie heeft. Maar ware vriendschap is iets wezenlijks anders. Zoals Aristoteles al zei : van echte vrienden heb je er maar één of enkele.

Om vriendschap waard te zijn zullen we ons eigenlijk voortdurend moeten afvragen of we inderdaad Aristoteles aanwijzingen naleven: eerlijk bekritiseren, eerlijk praten over eigen fouten en onzekerheden ,oprecht prijzen, gerichtheid op de ander.  Wat ’n uitdaging is dat voor ons allemaal.

Ik wil deze avond niet afsluiten zonder u , gasten en broeders, met enkele vragen naar huis te sturen. Het zijn maar twee vragen maar ze zijn misschien wel wezenlijk voor hoe u vriendschap ervaart of wilt ervaren.

Waarom ben jij (g)een goede vriend voor je vrienden, of binnen de loge: (g) een goede broeder voor je broeders ? Wat heeft jezelf zijn met vriendschap te maken ? Ik wens u sterkte bij de overdenking.

Achtbare meester, ik hoop hiermee aan uw opdracht te hebben voldaan.

Peter van Eijk