De kapper

De wildgroei op mijn hoofd noodzaakt mij af en toe naar de kapper te gaan. Niet dat ik naar dat moment uitzie. Liefst stel ik het moment uit. Totdat m’n haar zodanig een eigen wil lijkt te hebben gekregen, dat kortwieken de enige optie lijkt te zijn. Mijn kapperszaak kent diverse kapsters. Jong, aardig en vooral praatgraag. Alsof ze je al jaren kennen.

Mijn haar lijkt een intieme relatie tot de knipster uit te lokken. Waarbij ik toch wel wil benadrukken dat die relatie uitsluitend mijn haardos en de knipster betreft. Gezeten om geknipt te worden, praat ik liever niet. Knippen vereist concentratie, denk ik. Zowel van degene die knipt als van de te knippen persoon. Te veel praten schaadt het resultaat, lijkt me. Evenals teveel beweging in de stoel. De kapster vraagt meestal hetzelfde : of ik al op vakantie ben geweest of wanneer en waar ik op vakantie ga. Waarom juist die vraag altijd aan mij gesteld wordt, weet ik niet.

Vermoedelijk roept mijn verschijning vakantiegevoelens op. Als het woord ‘ vakantie’ is gevallen, zie ik dat wachtenden hun Margriet of Weekend even wegleggen. Benieuwd naar mijn antwoord. Sluiks kijken ze naar me. Ken ik hem ? Mijn mogelijke vakantieverhalen wekken de verwachting interessanter te zijn dan de intieme nieuwtjes uit de leesmap-boulevard. Dat zijn ze mogelijk ook maar de nieuwsgierigheid om me heen weerhoudt me. De kapster begint dan maar haar eigen verhaal.

Soms over een eigen vakantie in zanderige oorden, soms de ervaring van een recente, al even praatgrage klant. Geen uitnodiging voor mij om mijn mond open te doen. Deze keer begint de kapster een inhoudelijk verhaal over Zwarte Piet. Dat Zwarte Piet vooral zwart moet blijven. Liefst voorzien van traditionele rode lippen en oorringen. Ook haar vader speelt elk jaar als hoofdpiet van de hooggewaardeerde Sint. Nederlandse traditie waaraan niet getornd mag worden. Ik proef een zeker fanatisme in haar woorden. Daar heb ik een hekel aan. Ik zie een oudere heer opkijken uit zijn Donald Duck en geïnteresseerd mijn richting uitkijken. Hopend op een uitdagend antwoord van mijn kant. In stilte ben ik jaloers op kaalhoofdigen.

Zij ontberen een bezoek aan de kapper. Simpelweg niet nodig. Ook geen gesprekken over vakantie of Zwarte Piet. Ik volhard in mijn stilzwijgen. Wil me niet laten verleiden tot een discussie. De Zwarte Piet discussie wordt gekenmerkt door ongenuanceerdheid en kortzichtigheid. Geen onderwerp voor de kappersstoel. De zwart-wit geblokte vloer in onze loge ademt juist nuancering: elk onderwerp heeft veel aspecten in zich. In onze buurt zit ook een Turkse kapper. Schijnt vrij zwijgzaam te zijn. Misschien voor de volgende knipbeurt….

Peter van Eijk