Toermalijnen communicatie – Loge Broedertrouw

Toermalijnen communicatie: ogen die spreken

Toermalijnen communicatie – Door Peter van Eijk

Toermalijnen communicatie: een paar pikzwarte toermalijnen irissen boven een zwarte doorzichtige mondbedekking leken gaten in m’n ziel te boren. De half geloken ogen waren met uiterst raffinement opgemaakt. Door de gezichtsbedekking werd mijn blik automatische getrokken door ogen en wenkbrauwen, die me ’t gevoel gaven een journalist van de wereldvermaarde Times te zijn met een Pullitzer-prijs in het nabije verschiet. Toermalijnen communicatie
Pullitzer-prijs in het nabije verschiet
Het voorval deed zich jaren geleden voor, toen ik nog werkte als een onbetekenende razende reporter van een al even onbetekenend lokaal Dagblad (Arnhemse Courant). Ik was op pad gestuurd om de CEO van een grote internationale hotelketen te interviewen. De successtory van een ambitieuze Nijmegenaar: van krantenjongen tot hoogste baas. In onberispelijk grijs wachtte hij mij op in een restaurant aan de Waalkade. Al bij binnenkomst werd mijn blik gegrepen door de Arabische schone naast hem of beter gezegd door de veelzeggendheid van de sprekende ogen boven de zwart kanten sluier.
Testosteron in de verste uithoeken van mijn lichaam werd plotseling wakker. Zij bleek CEO’s secretaresse. Gedurende het interview hulde ze zich in compleet stilzwijgen. De hotelbaas vulde het universum. Haar ogen vormden de enige communicatiebron. Lieten brandmerken in m’n hart achter waardoor ik dit voorval na zovele jaren nog weet te herinneren. Van de geïnterviewde CEO weet ik niets meer. Overigens realiseer ik me dat de oog-opmaak van één van Neerlands bekendste advocaten Inez Weski me net op andere wijze intrigeert: zelfs fruitvliegjes vluchten naar een ander continent bij haar vorsende zwartgerande blik, stel ik me zo voor. Maar dat terzijde.

Gedachten in het nu

Gedachten in het nu hechten zich als kralenkettingen aan herinneringen van vroeger. Zoals gezichtssluiers belemmeren nu tijdens de corona-pandemie mondkapjes de communicatie. Recentelijk las ik een pleidooi van de Vereniging voor Doven en Slechthorenden voor transparante mondkapjes. Juist voor deze groep is het mondbeeld belangrijk. Het maakt het ook moeilijker om je met iemand verbonden te voelen. Liplezen is in het onderling contact belangrijker dan we zo vermoeden. ‘De wereld voelt ‘droog’ aan, zelfs onveiliger omdat ik het gevoel van de ander niet goed kan duiden. Als je dan ook nog ’s fysiek afstand moet houden, wordt communiceren wel erg moeilijk’, las ik in een interview met een slechthorende.
het verplichte gebruik van het mondkapje
Het mondbeeld blijkt een essentieel onderdeel van de normale communicatie tussen mensen. ‘Als we het mondbeeld niet zien, zullen we elkaar niet verstaan. Het enige verschil bij de gebaren voor ‘ situatie’ , ’ruimte’ , ’lokaal’ en ‘kamer’ is bijvoorbeeld het mondbeeld’, verklaarde de slechthorende verder. Normaal horenden lijken communicatieleemte bij gebruik van mondkapjes beter te kunnen compenseren door te letten op de ooguitdrukking. De focus wordt simpelweg verlegd.

Communicatie maar beperkt gehinderd

Asli Özyük, hoogleraar Gebaar, taal & cognitie, bepleit een duidelijker mimiek bij gebruik van mondkapjes. Meer gebaren dus tijdens het spreken. Gelukkig zijn we in Nederland nogal selectief bij het verplichte gebruik van het mondkapje. De communicatie wordt dus ook maar beperkt gehinderd. Hoewel ik een verjaardagsfeestje of een comparitie-avond bij de vrijmetselarij met mondkapjes en vol van uitdrukkelijke gebaren ook wel eens zou willen meemaken. Lijkt me een vrolijke avond te worden. Ogen blijven toch communicatiebronnen bij uitstek… weerspiegelen altijd een wereld op zich… zeker als het de ogen van een Arabische schone zijn……
Peter van Eijk

Loflied op het alleen zijn – loge Broedertrouw

Loflied op het alleen zijn – loge Broedertrouw

Einzelgänger

Een ‘einzelgänger’ zou ik mezelf niet willen noemen. Allen zijn is soms fijn, ik houd ervan me af te zonderen. Soms. De paradox is dat ik ook houd van gezelschap. Soms. Aristoteles leerde ons in al zijn wijsheid dat een mens slechts echte vriendschap kan ervaren als hij ook heeft geleerd hoe waardevol het alleen zijn kan zijn. De invulling van dat ‘alleen zijn’ is weer een verhaal apart. Net zoals de vissport. Het valt mij iedere keer weer op hoeveel mannen zich als reigers aan de waterkant opstellen in de hoop een visje te verschalken. Vrouwen wagen zich niet of nauwelijks tussen het riet. Spelen de oude jachtgenen van de man hier een rol, zoeken ze simpelweg de rust van zacht ruisende rietstengels en kabbelend water? Ontvluchten ze een praatgraag huwelijksleven of stimuleert het vissen het diepere gedachteleven?

Alleen zijn of eenzaam?

Ik heb me ook wel ’s aan de hengelsport gewaagd. En ook ervaren hoe rustgevend het alleen zitten aan de waterkant kan zijn. De stilte, de rust inspireert. Ideeën borrelen op, verhalen ontstaan, twijfels zetten zich om in besluiten en eindelijk durf je toe te komen aan een stukje zelfreflectie. Nou hoef je, zo besef ik, daarvoor niet persé de hengelsport te beoefenen. In wezen is het gewriemel van wormen aan een haak en zelfs het ultieme doel, het vangen van een vis, slechts storend voor al die andere aspecten. Het gaat om het ‘alleen zijn’: het is de situatie die de voorwaarden voor al die positieve aspecten creëert. Niet iedereen zal ‘alleen zijn’ als prettig, als opbouwend voor de geest ervaren. Ergens las ik: ‘ Alleen zijn vind ik afschuwelijk.

Familie of cultuur?

Ik was als kind alleen, geen broers en zussen, geen kinderen van mijn leeftijd in de buurt of in de familie. Ik werd gepest op school…’ Blijkbaar hebben de omstandigheden waarin je opgroeit, waarin je momenteel leeft, grote invloed op hoe je ‘alleen zijn’ ervaart.

Ook cultuur speelt een rol. Enkele jaren geleden maakte ik een reis door het tumultueuze India. In m’n eentje. In een hotelletje in Delhi werd ik al snel uitgenodigd door een Indiase familie, die medelijden met mij had opgevat. Ik was immers alleen en dat behoorde niemand te zijn.’ Ik realiseerde me toen hoe westers mijn opvatting van ‘alleen zijn’ was. immers: leven in een cultuur waarin je in principe niet afhankelijk bent van anderen, waarin het individualisme in zekere zin gewaardeerd wordt. Overigens lijken in deze voorbeelden de begrippen ‘ alleen zijn’ en ‘eenzaamheid’ enigszins door elkaar heen gebruikt. En dat terwijl we met deze woorden toch heel iets anders bedoelen.  Het ‘ alleen zijn’ is tenslotte een toestand, terwijl ‘eenzaamheid’ een gevoel is.

In m’n eentje….

15 minuten alleen en stil

Voor mij is ‘alleen zijn’ een gave en een gift van het leven. De filosoof Blaise Pascal heeft eens gezegd: ‘ Alle ellende komt voort uit het gegeven dat de mens niet in staat is 15 minuten alleen stil in een kamer te zitten’ . Deze uitspraak is nogal absoluut en impliceert dat iemand die niet ‘alleen’ kan zijn, nogal wat mist. Natuurlijk is het maar de vraag of alle voordelen van het ‘alleen zijn’ aan zo iemand voorbijgaan. Ieder mens zoekt tenslotte zijn eigen manier om te reflecteren op het leven. Maar de constatering dat mensen tegenwoordig altijd wat moeten doen, voortdurend naar hun telefoon grijpen, voortdurend naar afleiding zoeken, geeft op z’n minst te denken.

Voor een vrijmetselaar ( en eigenlijk voor ieder mens) is zelfreflectie , het ‘Ken u zelve’ , één van de belangrijkste uitgangspunten van denken. Door de hectiek van het leven komt het nadenken over je doen en laten nogal ’s in het gedrang. Een moment van rust, van ‘alleen zijn’ kan een bezinningsmoment vormen. Ook om in contact met je eigen emoties te komen om te beseffen wat je gelukkig, droevig of boos maakt. Misschien kan het zelfs een boost aan je relatie geven. Je verlaat de tredmolen van het samenzijn, biedt jezelf de gelegenheid om ’s na te denken over de kwaliteiten van je relatie.  Ach, zo zijn er nog wel wat dingen te bedenken die als ‘ cadeautjes ‘ van het ‘ alleen zijn’ beschouwd kunnen worden. Deze week pak ik de fiets naar Pieterburen, een traject van vijf dagen. In m’n eentje…..

Eerlijkheid! – Door Frans Derksen

Eerlijkheid! – Door Frans Derksen

Ik lees best veel. Zo las ik enige tijd geleden dat chimpansees altruïstisch zijn. Ze helpen elkaar, echter niet geheel belangeloos. Want, wanneer ze helpen, verwachten ze over en weer te worden geholpen als zijzelf in nood verkeren.

In onze maatschappij hebben we het helpen grotendeels uitbesteed aan zorgmedewerkers. Tijdens de eerste coronagolf hebben verpleegkundigen, jonge assistenten in opleiding en verzorgenden in verpleeghuizen het enorm voor de kiezen gekregen. Ze deden werk waar ze in feite niet klaar voor waren. We hebben de gevolgen van de emotionele en morele belasting in hun ogen gezien. Ze zijn nog steeds vermoeid.

Terecht hebben we uit dankbaarheid stil gestaan bij hun onbaatzuchtige manier van helpen; taarten, bloemen, muziek, een nationaal applaus, zelfs de politiek beloofde een corona bonus.
Hoe collectief verontwaardigd zijn wij, meedenkende burgers, nu Kamerleden een hoofdelijke stemming over de bonus ontliepen. Verantwoordelijken in de zorg zijn geëmotioneerd over het falen van het zorgsalarissendebat in de Tweede Kamer en tonen zich hierdoor bezorgd over zowel de inzet van de zorgmedewerkers in het ziekenhuis als in de gewone zorg bij een eventuele tweede coronagolf.

Maar klopt het eigenlijk allemaal wel? Is onze boosheid op de weggelopen Kamerleden wel terecht? Is het allemaal wel zo eerlijk, is er misschien een dubbele agenda? Nee, het is oneerlijk en ja er is een dubbele agenda. Er wordt, met de Tweede Kamerverkiezingen in het verschiet, een zwartepieten spel (sorry, ik heb nog geen ander woord) gespeeld. De PVV probeerde op sluwe manier tegen de regels (moet ruim van tevoren worden aangekondigd) een hoofdelijke stemming over de bonus te organiseren en traineerde de stemming net zo lang tot het vereiste aantal Kamerleden niet meer aanwezig was. Met als gevolg dat, in de beeldvorming, de zorgmedewerkers nog steeds de harde werkers zijn en de coalitiepartijen de ‘zwartepiet’ hebben omdat ze lijken weg te lopen voor de problematiek. We moeten ons door dergelijke politieke spelletjes niet in de maling laten nemen.

Het is belangrijk dat zorgmedewerkers – verpleegkundigen, assistenten in opleiding en medewerkers in de verpleeghuiszorg – met extra zetjes worden gemotiveerd om het werk in de zorg leuk te blijven vinden. Herwaardeer de zorg door structureel hogere salarissen en ruimere betalingen voor overuren af te spreken in vervroegde CAO onderhandelingen. Maak opleidingen minder stressvol en organiseer meer preventie tegen burn out.

Als vrijmetselaars proberen we eerlijk en belangeloos te zijn. Doordat er geen verborgen agenda is ontstaat er onderling een sfeer van veiligheid. We gebruiken daar, wat ouderwets, het woord ‘broederliefde’ voor. We worstelen wel met dit begrip, hoever gaan we daarin; maar hoe dan ook, we weten van elkaar dat we niemand voor de gek houden en dat we eerlijk zijn.

Frans Derksen

Phone of the wind

Phone of the wind

 

 

‘ Liefje, het gaat goed met mij. Ik bid ervoor dat je ergens in leven bent.

biegt telefoon
“Kaze no Denwa” is located on a small hill in Otsuchi, Iwate Prefecture. MUST CREDIT: The Japan News-Yomiuri

Ik bel je spoedig weer.’ Zijn stem klinkt omfloerst in de lichte telefooncabine, de “Phone of the wind”, die vanaf een heuvel uitkijkt over het Japanse kustdorpje Otchutsi. Krampachtig probeert de oude Japanner zijn tranen te bedwingen. In zijn hand een oude bakelieten hoorn, verbonden met een draaischijftelefoon. De telefoon heeft geen verbinding met de buitenwereld. In 2011 vernietigde een aardbeving gevolgd door een tsunami het dorp. 821 mensen overleden, 423 werden nooit meer teruggevonden. De gebeurtenis liet talloze getraumatiseerde bewoners achter. Ze hadden geen kans meer gehad om afscheid van hun dierbaren te nemen. Moeders, vaders zagen zich plotseling voor de taak gesteld hun opgroeiende baldadige kroost alleen op te voeden.

Een Japanse kunstenaar was al voor deze ramp zijn geliefde verloren. Hij besefte dat het gebrek aan contact met zijn partner hem naar een emotionele afgrond dreef. Om dit op te lossen zette hij bovenop een heuvel, die uitkeek over de haven en de weidse azuurblauwe zee, een traditionele telefooncel, het werd de ‘phone of the wind’.  Geheel wit, en voorzien van raampjes, te midden van altijd groene struiken en naast een boompje waarin een bel voortdurend herinnerde aan een nooit aflatende zeewind. Een zeewind die geluiden naar het uiterste einder voerde.

‘phone of the wind’.

De telefooncel werd niet verbonden met een landelijk netwerk. Dagelijks bracht hij een bezoek aan de telefooncel, draaide zijn huisnummer en pakte de hoorn. Het volgende halfuur sprak hij met zijn geliefde. De andere kant van de lijn bleef stil maar hij had het gevoel dat zij naar hem luisterde, dat zij hoorde wat hem tot in het diepst van zijn hart beroerde. Hij stortte zijn hart uit, uitte zijn gemis en kon na een halfuur opgelucht de telefooncabine verlaten.

Na de tsunami stelde hij de telefooncel open voor allen die dierbaren hadden verloren. En daar maken velen tot op de dag van vandaag dankbaar gebruik van. Sommigen staan alleen maar met de hoorn in de hand, door emoties overmand. Zelfs kleinkinderen belden met hun opa, zoals zovelen verzwolgen door het natuurgeweld. ‘ Opa, ik heb mijn huiswerk af. Het gaat goed op school’. Met tranen in de ogen verlaten ze het telefoonhokje. Misschien heeft opa het gehoord. Wat fijn om toch het gevoel te hebben even met hem te hebben gepraat.

En daar maken velen tot op de dag van vandaag dankbaar gebruik van

Onlangs zag ik de documentaire ‘Bastille’ , in de interviewserie ‘Zomergasten’ geadviseerd door de Nederlandse journaliste/theatermaakster Nazmiye Oral. Ik was geroerd door het oprechte gemis dat hier een bijzondere manier had gevonden om zich te uiten. Miljoenen mensen missen tenslotte overleden dierbaren. Is het een idee om overal ter wereld niet verbonden telefooncellen te plaatsen? Het zou psychologen, denk ik, veel werk besparen. Verwerking van verdriet door het toe te vertrouwen aan de wind. Wat een prachtige gedachte.  Het deed me denken aan de gedachte achter de Tibetaanse vlaggetjes in het bergachtige Nepal: de wind was de boodschapper naar de goden van de gebeden die hierop geschreven waren.

geconnect met allesOpvallend was dat vooral Japanse mannen de telefooncel op de heuvel bezochten. Mogelijk zijn mannen iets geslotener in emotioneel opzicht en gaf de geslotenheid van de telefooncabine en de eenzaamheid rondom hen de vrijheid zich ongeremd te uiten. ’t Lijkt paradoxaal, misschien zelfs metafysisch, maar het werkt blijkbaar voor velen louterend. Iedereen heeft tenslotte een uitlaatklep, een vertrouwde omgeving nodig: familie, vrienden, broeders in een loge… soms zelfs een niet verbonden telefoon.

 

 

 

Peter 5-08-2020

(De documentaire ‘ Phone of the wind’ is te zien op You Tube.)

Grutte Pier Kimswerd

Grutte Pier Kimswerd

Onlangs was ik in Kimswerd, je weet wel, van Grutte Pier. Een klein idyllisch Fries plaatsje onder de rook van Waddenhavenplaats Harlingen. We bezochten oude vrienden, die ons tijdens een wandeling trots de hoogtepunten van het kerkdorp toonden. Onder meer een modderig slootje met bruggetjes waarop zich recentelijk veel bewoners verzamelden om zwemmer Maarten van der Weijden aan te moedigen.

Grutte Pier ut Kimswerd

Tot de toeristische hoogtepunten behoort ook een immens beeld van de Friese opstandelingenleider Grutte Pier. Volgens de legendes was deze held in de Friese geschiedenis maar liefst 2,15 meter lang en kon hij met één hand een ploeg optillen. Toen Saksische huurlingen in de 16de eeuw zijn boerderij in brand staken en zijn vrouw vermoorden, besloot hij de strijd aan te gaan. Met enkele kompanen richtte hij de bende De Arummer Zwarte Hoop op. Grutte Pier zelf werd aanvoerder van de bende. Op de Zuiderzee ging hij met zijn manschappen de strijd aan tegen de Hollanders. Die hadden volgens hem de Saksische troepen naar Friesland hadden gestuurd om het gebied onder hun controle te brengen. Schepen werden veroverd en steden geplunderd in de strijd om de Friese onafhankelijkheid.

Grutte Pier bleek in Kimswerd geboren vandaar de trots van de Kimswerter nazaten. Het beeld was gehouwen uit één brok steen. Het toont een zwaar bebaarde leider die vorsend over de Friese graswoestijnen uitkeek. Onze Friese vrienden vertrouwden ons toe dat eigenlijk niemand wist hoe Grutte Pier er daadwerkelijk uitzag. Vandaar dat de kunstenaar, die zij persoonlijk kenden, het beeld naar zijn eigen gelijkenis had gemaakt. Een artistiek grapje dat we eigenlijk maar ‘onder ons’ moesten houden.

Terwijl ik het kunstwerk met nieuwe ogen bekeek, stopten enkele fietsers om foto’s van de beeltenis van Grutte Pier te maken. Geschiedenis moet je soms met een korreltje zout en een glimlach tegemoet treden.. Een immens beeld spreekt tot de verbeelding maar dit kunstwerk stond eigenlijk meer symbool voor de strijd om Friese onafhankelijkheid dan dat het draaide om Grutte Pier zelf.

Mores is van alle tijden….

Net zoals in de vrijmetselarij bouwgereedschappen slechts als symbolen van ethische uitgangspunten worden gezien en niet als praktische werktuigen. En er was nog een overeenkomst. Grutte Pier wilde voorkomen dat spionnen zijn bende infiltreerden en liet nieuwe manschappen daarom een rijmpje opzeggen om te achterhalen of het echte Friezen waren.  ‘ Bûter, brea en griene tsiss , wa’t dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries’ . Dit betekende zoveel als: ‘ Boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan, is geen oprechte Fries’ . Wie de zin niet overtuigend genoeg uitsprak, werd onherroepelijk gedood. Het deed me denken aan onze eigen mores in de vrijmetselarij: geheime wachtwoorden bij open loges. Maar ook gebaren die verwijzen naar macabere straffen als je de veronderstelde  geheimen van de vrijmetselarij zou onthullen. Tja, de mores in onze eerbiedwaardige club is blijkbaar van alle tijden……

 

Peter

Digitaal 22-07-20

Er lijkt zich een 2e coronagolf op te bouwen. Het aantal besmettingen neemt toe. We worden te los zegt ons collectief geweten van virologen, RIVM-ers en crisismanagers van de GGD. De regels van afstand houden, handen ontsmetten en niet teveel samenscholen, lappen we teveel aan onze laars. We versoepelen te snel. Tot voor kort waren de berichten positief, eindelijk; weinig besmettingen, weinig mensen in het ziekenhuis en bijna alle Europese grenzen weer open. Dus ouderwets veel files op de snelwegen, veel campers en caravans op pad, feestjes en bbq’s die worden ingehaald en badplaatsen die vollopen met feestvierende jeugd.

Al maanden doe ik alles digitaal. Digitaal bijeenkomen in de wereld waarin we nu leven. Mijn laptop lijkt wel een soort bijenkorf. Vergaderen via zoom of webex. Facetimen om kleinkind of kinderen te zien. Zelfs het steunen van vrienden, vanwege slechte berichten, moet via WhatsApp. Ook onderwijs en doktersbezoek gebeuren vooral digitaal.

Iedereen probeert er het beste van te maken; de digitale logebijeenkomsten leveren wel een verbindingsgevoel op, maar het is een surrogaat. Persoonlijk bekomt me dit best slecht, de concentratie op het woord is groot en door het digitale ervaar ik verkilling; ik mis de lichaamstaal, bewegingen, het emotionele aspect en het samenzijn en samen eten. Kortom mijn beleving wordt geweld aangedaan doordat te weinig zintuigen geprikkeld worden.

Het is een andere tijd; we kunnen ook ‘omdenken’; behalve belemmeringen zijn er ook mogelijkheden. Dankzij de techniek kunnen we communiceren, doordat de nadruk op het verbale ligt worden we gedwongen goed te luisteren en boodschappen niet verkeerd op te vatten.

Dus wat is hier nu verstandig: toch maar voorbereiden op een langere periode digitaal leven? Of eigenzinnig zijn en de mogelijkheid voor echte ontmoetingen uitwerken om het bij-elkaar-hoor-gevoel te versterken. Een bij-elkaar-hoor-gevoel wat een loge koestert en wat ontstaat door het delen en beleven van gemeenschappelijke ervaringen en het elkaar ontmoeten. Dit bevestigen vrijmetselaars, door een ferme handdruk en een aandachtige blik in de ogen van de ander bij het begin en bij het afscheid.

Ik betrap me nu vaak op de gedachte van: “laat het niet te lang duren, het wordt me te geestdodend, na de zomer of als het vaccin er snel is … dan wordt het beter.” Ik wil ook die versoepeling… maar oeps nu die dreigende 2e golf.

Frans

Wandelen, het werkt verslavend.

Sinds corona tijd wandel ik veel. Wandelen doe ik altijd al wel, maar nu minstens eenmaal in de week en wel 12-15 km. Het kwam niet alleen maar door corona hoor; de praktijkverpleegkundige bij mijn huisarts adviseerde me dit te doen: “ga wandelen..”. Want, zei ze, het is goed voor uw cholesterol, voor de conditie van uw hart en dat is weer goed als afweer tegen corona.

“Positief denken dwing je niet”

Nou lijkt het of ik een gezeglijk type ben; meestal ben ik echter meer van het tegendraadse en vraag ik me af waar mensen, dus ook praktijkverpleegkundigen, hun wijsheid over wat goed is voor mij vandaan halen. Positief denken dwing je niet af met regels, lezingen en zelfhulpboeken, zeker niet als je wat argwanend en eigenwijs in het leven staat, zoals ik.Water met planten Foto D.Tempelman

Meestal kan ik wel zonder die adviezen. Zoals, doe aan sport, ga wandelen, doe aan mindfulness, eet gezond, groene smoothies: alleen als je lichaam optimaal presteert, zal ook je geest dat doen! Ik verzet me daartegen. Maar toch, ik ben gaan wandelen, ik stap het huis uit en ga of links of rechts af. Ik woon aan de rand van de stad, ik ben dus zo in het buitengebied. Vaak ga ik vroeg op pad… de bekende morgenstond….met als enig doel dat ik over een paar uur weer thuis ben.

“kippenvelgevoel”

De wereld ervaar ik tijdens het wandelen erg ‘zen’; dan bedoel ik de spontane ontmoetingen onderweg, de stilte van de natuur, de vroege boer die aan het hooien is, de konijnen en hazen die gewoon met me mee huppelen, en het plotselinge ‘kippenvelgevoel’ bij het zien van een prachtig blauwe bloemenweelde op een natuurbegraafplaats.

“aan de wandel”

Kortom het gaat niet om een doel – afvallen, laag cholesterol – nee het gaat om de weg. Dat is het meditatieve aspect dat vrijmetselaars ook bij elkaar zoeken; het ontdekken samen als zoekers op weg te zijn en antwoorden te vinden of juist samen te ontdekken dat we het ook niet weten.

Vol verwachting ga ik morgen weer aan de wandel, het werkt verslavend.

Frans, 15-07-20

De kapper

De wildgroei op mijn hoofd noodzaakt mij af en toe naar de kapper te gaan. Niet dat ik naar dat moment uitzie. Liefst stel ik het moment uit. Totdat m’n haar zodanig een eigen wil lijkt te hebben gekregen, dat kortwieken de enige optie lijkt te zijn. Mijn kapperszaak kent diverse kapsters. Jong, aardig en vooral praatgraag. Alsof ze je al jaren kennen.

Mijn haar lijkt een intieme relatie tot de knipster uit te lokken. Waarbij ik toch wel wil benadrukken dat die relatie uitsluitend mijn haardos en de knipster betreft. Gezeten om geknipt te worden, praat ik liever niet. Knippen vereist concentratie, denk ik. Zowel van degene die knipt als van de te knippen persoon. Te veel praten schaadt het resultaat, lijkt me. Evenals teveel beweging in de stoel. De kapster vraagt meestal hetzelfde : of ik al op vakantie ben geweest of wanneer en waar ik op vakantie ga. Waarom juist die vraag altijd aan mij gesteld wordt, weet ik niet.

Vermoedelijk roept mijn verschijning vakantiegevoelens op. Als het woord ‘ vakantie’ is gevallen, zie ik dat wachtenden hun Margriet of Weekend even wegleggen. Benieuwd naar mijn antwoord. Sluiks kijken ze naar me. Ken ik hem ? Mijn mogelijke vakantieverhalen wekken de verwachting interessanter te zijn dan de intieme nieuwtjes uit de leesmap-boulevard. Dat zijn ze mogelijk ook maar de nieuwsgierigheid om me heen weerhoudt me. De kapster begint dan maar haar eigen verhaal.

Soms over een eigen vakantie in zanderige oorden, soms de ervaring van een recente, al even praatgrage klant. Geen uitnodiging voor mij om mijn mond open te doen. Deze keer begint de kapster een inhoudelijk verhaal over Zwarte Piet. Dat Zwarte Piet vooral zwart moet blijven. Liefst voorzien van traditionele rode lippen en oorringen. Ook haar vader speelt elk jaar als hoofdpiet van de hooggewaardeerde Sint. Nederlandse traditie waaraan niet getornd mag worden. Ik proef een zeker fanatisme in haar woorden. Daar heb ik een hekel aan. Ik zie een oudere heer opkijken uit zijn Donald Duck en geïnteresseerd mijn richting uitkijken. Hopend op een uitdagend antwoord van mijn kant. In stilte ben ik jaloers op kaalhoofdigen.

Zij ontberen een bezoek aan de kapper. Simpelweg niet nodig. Ook geen gesprekken over vakantie of Zwarte Piet. Ik volhard in mijn stilzwijgen. Wil me niet laten verleiden tot een discussie. De Zwarte Piet discussie wordt gekenmerkt door ongenuanceerdheid en kortzichtigheid. Geen onderwerp voor de kappersstoel. De zwart-wit geblokte vloer in onze loge ademt juist nuancering: elk onderwerp heeft veel aspecten in zich. In onze buurt zit ook een Turkse kapper. Schijnt vrij zwijgzaam te zijn. Misschien voor de volgende knipbeurt….

Peter van Eijk

‘Wat zijn wij aan het doen ? ‘

‘Wat zijn wij aan het doen ? ‘

Dr. J.C. Terlouw wellicht beter bekend als Jan Terlouw is onze spreker tijdens de vrijmetselaarslezing in ’s Heerenberg, 25 mei a.s.

Op zaterdagmiddag 25 mei is schrijver/ oud-politicus Jan Terlouw te gast bij vrijmetselaarsloge Broedertrouw te ’s Heerenberg.  Onder de titel ‘Wat zijn wij aan het doen ? ‘  geeft hij zijn visie op  het Nederland van nu.  Een pessimistische visie, dat wel, maar ook een visie waaruit vertrouwen in mensen klinkt.


Dr. J.C. (Jan) Terlouw

Op 1 december 2016 was heel Nederland onder de indruk van zijn toespraak in ‘ De Wereld draait door’ . Dit ter ere van zijn 85ste verjaardag. De rode draad is ‘ het touwtje uit de brievenbus’  dat symbool staat voor integriteit en vertrouwen in elkaar van zowel de politici als de burgers. Hij pleit er ook voor het publieke belang weer centraal te stellen boven eigenbelang en winstbejag; ook roept hij op meer respect te hebben voor het milieu. Het laatste boek van Jan Terlouw ‘ Natuurlijk’ ( boekenweekessay van 2018) is een ode aan de natuur en een pleidooi voor duurzaamheid.

Centraal in het denken van Jan Terlouw staat de overtuiging dat het moreel besef van de mens hem medeplichtig maakt aan het voort bestaan van de mens. In het blad ‘ Vrijmetselarij’  stelt hij: ‘ De mens staat niet buiten de natuur – alles wat hij doet is natuurlijk – maar hij heeft het vermogen om te beseffen dat zijn gedrag gevolgen heeft voor het voortbestaan van zijn soort en het vermogen dat besef om te zetten in ander gedrag’  
.


Jan Terlouw heeft meegedaan aan een uitzending van “de Klas”. Leuk om te zien, zeker voor scholieren!!
Jan terlouw in “de Klas” Klik Hier


De lezing heeft plaats om 14.30 uur in zalencentrum De Gracht , Marktstraat 1 in ’s Heerenberg. Aanmelding vooraf via de website wordt aangeraden:

De toegangsprijs is € 12,50 , inclusief drie drankjes.

Het is de eerste Broedertrouwlezing, die in ’s Heerenberg plaats heeft.  Voorheen organiseerden de vrijmetselaars lezingen en exposities in de Orangerie van kasteel De Kelder te Doetinchem onder de naam Orangerielezingen. Sinds enkele maanden is de vrijmetselaarsloge Broedertrouw gevestigd in het Nye Raedthuys in ’s Heerenberg. Vanwege de te verwachten grote toeloop is men voor deze lezing uitgeweken naar het zalencentrum De Gracht.  Inschrijving en verdere informatie is mogelijk via de website www.logebroedertrouw.nl .

Vriendschap , Broederschap

BOUWSTUK ‘ VRIENDSCHAP, BROEDERSCHAP: DEVALUERENDE BEGRIPPEN ?

Onderstaand een voorbeeld van een bouwstuk zoals gepresenteerd op de gastenavond 18 maart 2019. Een bouwstuk is bedoelt als een delen met mede broeders van een onderzoek wat je als vrijmetselaar doet naar een bepaald onderwerp. Die interesse en onderzoek verdiept je; wat je ontdekt en leert deel je op deze wijze met elkaar zodat een ieder iets meekrijgt. Veel leesplezier! Het woord is aan Peter:

Ik moet u eerlijk zeggen: toen ik dit filmpje zag, ontroerde het mij. Kinderen zijn heerlijk eerlijk en soms ook heel wijs in hun antwoorden op wat vriendschap voor hen betekent.

Ook ik heb vrienden en vriendinnen: op Facebook maar liefst 247.

Mijn zoon en dochter blijken  een veelvoud daarvan te hebben, BNN-presentator Tim Hofman heeft er duizenden.  Hij maakte een programma ‘ Mijn 5000 vrienden’ . Daarbij benaderde hij willekeurige Facebook-contacten alsof het echte vrienden waren: hij kwam langs op hun verjaardag, bood ze troost als ze verdriet hadden of vroeg ze om hulp toen hij ergens in een uithoek een lekke band kreeg. De verbaasde reacties van zijn Facebook vrienden lieten zien dat we het begrip ‘ vriend’ online gebruiken voor mensen die we buiten de virtuele werkelijkheid nooit als onze vrienden behandelen.  Hoewel iedereen zich ervan bewust is dat niet alle Facebook-vrienden ook daadwerkelijk vrienden zijn, gebruiken we hetzelfde woord voor deze contacten. Soms gebruiken we dit begrip tegenwoordig in nog veel ruimere zin: sommige ouders zien de relatie met hun kinderen als vriendschappelijk, ook docenten streven regelmatig naar een vriendschappelijke verhouding met hun studenten, hetzelfde geldt voor collega’s …. Let wel, ik spreek hierover geen oordeel uit maar het werpt wel de vraag op wat vriendschap voor ieder persoonlijk eigenlijk is.

Meer lezen